Artikel 130, lid 1
Indien het vermoeden bestaat dat de houder van een rijbewijs niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van één of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor dat rijbewijs is afgegeven, wordt dit zo spoedig mogelijk meegedeeld aan het CBR onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen.
Als het gaat om rijden onder invloed, wordt niet getwijfeld aan je rijvaardigheid of lichamelijke geschiktheid. Er wordt in dat geval gekeken naar je geestelijke geschiktheid. Dat wil niet zeggen dat je niet goed bij je verstand zou zijn: het betekent dat door jouw gedrag twijfel is ontstaan of je nog beschikt over de juiste mentaliteit om aan het gemotoriseerde verkeer deel te nemen.