Artikel 131, lid 1
“Indien de in artikel 130, eerste lid, bedoelde schriftelijke mededeling naar het oordeel van het CBR daartoe aanleiding geeft, besluit hij dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid of geschiktheid. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de mededeling genomen.”
Artikel 131, lid 5
“Het CBR legt, indien de in artikel 130, eerste lid, bedoelde schriftelijke mededeling naar zijn oordeel geen aanleiding geeft tot een onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid, betrokkene overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels de verplichting op zich binnen een daarbij vastgestelde termijn te onderwerpen aan educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid. De aan deze maatregelen verbonden kosten komen geheel ten laste van betrokkene”.
De procedure begint dus bij de politie, de officier van justitie of de directeur van het CBR. Bij hen kan het vermoeden ontstaan dat de houder van een rijbewijs niet meer voldoet aan de eisen voor geschiktheid of rijvaardigheid.