Artikel 8 van de wegenverkeerswet 1994:
“Het is een ieder verboden een voertuig te besturen of als bestuurder te doen besturen, terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van een stof, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moet worden geacht.”
Onder de stoffen die hier bedoeld worden vallen alcohol, drugs en bepaalde medicijnen, of een combinatie daarvan.